Voor de toeschouwers spectaculair en voor de sport een onmisbaar instrument. De Korfbal Challenge 2010 liet spelers, coaches, arbiters en publiek weer kennismaken met de nieuwste innovaties van het korfbal.
Korfbal tussen de feestdagen: dan wil het publiek geëntertaind worden. Het is inmiddels een traditie dat daarbij wordt geëxperimenteerd met de spelregels. Door wel en niet opgevolgde vernieuwingen tijdens de Korfbal Challenge is de traditionele Nederlandse sport de laatste jaren flink gemoderniseerd. De belangrijkste door de IKF overgenomen wijzigingen van de afgelopen jaren zijn de kunststof mand, de schotklok en de vijf minuten zuivere speeltijd.
“Na deze grote veranderingen hebben we er bewust voor gekozen om nu vooral bij te schaven”, vertelt Kees Rodenburg technisch directeur van het KNKV. Namens de bond rapporteert hij begin februari de evaluatie aan het IKF, dat de spelregels vaststelt. “De Challenge is een ‘snelkookpan voor nieuwe ideeën’, in een veilige setting kunnen we vernieuwingen uitproberen.” Anderzijds: niet alle experimenten zijn geslaagd. “Door de tweepuntslijn werd het doel – meer doorbraken – niet bereikt doordat er door de dubbeltelling nog meer van afstand werd geschoten. De strafworpen vanaf drie meter waren nog steeds te makkelijk.”
Tijdens dit eindejaarstoernooi in het Topsportcentrum werden vijf vernieuwingen getest. De led-paal, waarbij met groene, oranje en rode lampjes de 25 seconden schottijd wordt aangegeven, zag vorig jaar het licht en werd officieel gebruikt tijdens het afgelopen EK. “Het is een service voor het publiek, dat gericht is op de korf en zo de schottijd ziet. Vaak kijken de toeschouwers niet naar de schotklok, waardoor zij zich soms afvragen waarom er op een bepaald moment geschoten wordt. Voor de rebounders en de spelers in het achterveld heeft de led-paal ook een functie. Maar de praktijk wijst uit dat de meeste spelers nog gewend zijn te kijken naar de gewone schotklok aan de zijkant van het veld.”
Het verruimde wisselbeleid, waarbij acht keer gewisseld mag worden inclusief terugwisselen, moet volgens Rodenburg de coaches meer vrijheid geven waardoor het spel aantrekkelijker wordt voor het publiek. “Zij kunnen specialisten inzetten, talent inbrengen of spelers laten herstellen. Het zorgt voor een levendiger spelverloop. Vorig jaar mocht er twaalf keer gewisseld worden, maar alleen tijdens vakwissels. Dat werd echter gezien als te chaotisch. Nu mag er bij elk fluitsignaal worden gewisseld, maar terugwisselen mag alleen in hetzelfde vak. Wat mij betreft zou die vrijheid nog wel wat mogen worden vergroot.”
Ook nieuw is het experimenteren met vier keer twaalf minuten zuivere speeltijd; een verzoek van de IKF. In plaats van twee helften zijn er nu dus vier kwarten. “Dat is enerzijds voor commerciële mogelijkheden bij het verder ontwikkelen tot tv-sport. Tijdens de verplichte technische time-outs kunnen commercials worden uitgezonden. Maar het geeft het publiek ook de mogelijkheid om tussendoor hoogtepunten van de wedstrijd te laten zien of een artiest te laten optreden. Het belangrijkst vind ik echter dat het alle vormen van tijdrekken of vertragen zinloos maakt. In de praktijk is overigens gebleken dat die 48 minuten zuivere speeltijd in totaal 64 minuten wedstrijdduur bedraagt. Dat is een minuutje korter dan de normale speelduur, bij twee keer 25 minuten en twee keer vijf minuten zuivere speeltijd kom je op een totaal van 65 minuten. De spelers ervaren het als onprettig en een hinderlijke onderbreking. De artiesten in het veld moeten ook tot hun recht komen, dus ik kan me voorstellen dat dit pas actueel wordt als korfbal een echte tv-sport wordt.”
Het tellen van een doelpunt als de schotklokzoemer afgaat nadat de bal uit de handen is wordt wat hem betreft wel direct ingevoerd. Voorheen telde het doelpunt alleen als de bal volledig door de korf was gegaan. “Dit vind ik echt een verbetering, want het is makkelijker waar te nemen. Bij basketbal blijkt dit door het publiek enorm gewaardeerd te worden en soms moet je goede dingen van andere sporten overnemen. Dat hebben we bij de schotklok ook gedaan: voor het korfbal is dit echt een verrijking.”
Tot slot wil het KNKV door een strafworp toe te kennen bij een gele kaart spelverruwing tegengaan. “Het is lik-op-stukbeleid, waarmee we meer op willen treden tegen ‘gezeur’. Ook als dit van de bank komt, krijgt de tegenstander een strafworp. Maar ik zou dit graag beperkt zien tot spelers in het veld. Het gaat ook alleen werken als scheidsrechters sneller ‘geel’ durven geven, maar dat doen ze niet omdat de strafmaat qua schorsingen erg hoog is.”
Fortuna-speler Barry Schep mag graag op de Korfbal Challenge acteren. “Het is een mooi toernooi en daarom is het jammer dat een aantal teams niet op volle sterkte speelt. Drie wedstrijden in vier dagen geeft wel een grote belasting, maar ik vind het mooi om voor zoveel publiek te spelen, want zo vaak gebeurt dat niet. Het is wel gigantisch balen dat we de finale gemist hebben.” Over de experimenten is hij verdeeld positief. “Even rust pakken tussen de vier kwarten is wel lekker, maar ik houd niet bij hoe lang we bezig zijn”, zegt hij over de verandering in zuivere speeltijd. “Ik heb de led-paal niet eens gezien, en let alleen op de klok. Die strafworp bij een gele kaart vind ik ronduit belachelijk; dat slaat nergens op. Bij wijze van spreken zou onze fysiotherapeut de wedstrijd kunnen beslissen. Van de extra wisselmogelijkheden hebben wij niet zoveel gebruik gemaakt. Ik ben alleen geen voorstander van specialisten; daar wordt het spel erg statisch van. Het publiek wil toch graag acht allrounders zien.” Over de buzzer beater is hij wel te spreken. “Een seconde voor tijd kan je nog een goal maken; dat is alleen maar mooi. Het geeft spektakel tot de laatste seconde en dat wil het publiek graag zien.”
Suzanne Struik speelde de finale met de Tulips tegen de Talents. Doordat ze last van haar rug kreeg, bekeek ze de tweede helft van het door de talenten gewonnen topduel vanaf de kant. Ze zag onder meer dat coach Jan Sjouke van den Bos een gele kaart kreeg voor commentaar op een strafworp, waardoor Mick Snel twee keer een strafworp mocht nemen en twee keer kon scoren. Scheidsrechter Ronald Buis trok nog driemaal geel, en legde de bal dus drie keer op de stip. “Die regel had ik nog niet eerder gezien, het leek wel of de scheidsrechter wilde laten zien wat die regel inhield. Soms was het wat overdreven. Ik zou het logischer vinden als zo’n kaart gegeven wordt voor een harde overtreding dan voor praten”, aldus Struik. Zij vond de vier kwarten en twee extra verplichte time-outs ‘eigenlijk maar niks’. “Ik heb het idee dat de wedstrijden korter duren en je komt niet echt in je ritme. Persoonlijk vind ik dat niet prettig.”
Over de andere experimenten zegt ze: “Voor scheidsrechter en jury is het duidelijker te zien wanneer de bal uit de handen is. De led-paal is voor het publiek fijner, want de paal staat centraal. Als speler weet je wel hoe lang 25 seconden duren en zelf vind ik het fijner om de tijd in cijfers te zien. Het wisselen is niet gebruikt waarvoor het verzonnen is, namelijk voor de specialisten. Van mij hoeft dat ook niet, want korfbal moet allround blijven. Nu werd het eerder gebruikt om spelers rust te geven, wat wel handig is bij drie wedstrijden in vier dagen.”
Rodenburg wacht nu de taak om de ervaringen met de betrokkenen te evalueren. Ondanks de vele experimenten bewaakt hij de identiteit van korfbal. “We tornen absoluut niet aan aanvallen en verdedigen en het gemengde karakter van man en vrouw. Er mag niet gelopen of gedribbeld worden met de bal, het beschermd balbezit blijft en het doel is van alle kanten te benaderen. Dat maakt onze sport uniek en daar komen we nooit aan.”
tekst: Marco Jansen (van www.knkv.nl)
